Duits bier

octoberfest

Duitsland is een bierland bij uitstek. De meeste Duitse bieren zijn ondergistend en de Duitsers gelden – met de Tsjechen – dan ook als de meesters van het ondergistende bier. Toch zijn er ook bovengistende stijlen, zoals het vermaarde Kölsch uit Keulen, het Altbier uit Düsseldorf en de vele bekende tarwebieren (Weizen- of Weißbier).

Duitsland kent niet één nationaal bier, maar wel enkele grotere merken, zoals Warsteiner, Bitburger, Beck's, Diebels en Veltins. Maar in de meeste café's, Kneipen geheten, wordt een lokale specialiteit getapt, want daarvan zijn er honderden... Het meeste bier wordt trouwens niet in Beieren gedronken, maar in Nordhrein-Westfalen! Desondanks geldt Beieren als hèt bierland, met het jaarlijkse Oktoberfest, dat door honderdduizenden toeristen wordt bezocht.

klooster Het brouwen van bier werd in de middeleeuwen toevertrouwd aan kloosters en abdijen. Voor het gewone volk was bier de gebruikelijke drank. Het was veiliger dan water, omdat het water in de steden vaak vervuild was, terwijl bier bij de bereiding gekookt en gefilterd werd. Bovendien was bier voedzaam: het bevatte graan en de gist was rijk aan vitamine B en andere nodige stoffen. In de regel hadden abdijen een zware en een lichte versie van hun bier, waarbij de zware versie door paters en gasten en de lichtere versie door de nonnen werd gedronken. In de loop van de middeleeuwen kwam een professionalisering op gang en werden in het tegenwoordige Duitsland bierbrouwerijen geopend.

reinheitsgebot Het Duitse "Reinheitsgebot"
In 1487 werd misschien wel de eerste levensmiddelenwet ter wereld van kracht. Op die dag bepaalde Hertog Albrecht IV. van Beieren per verordening, dat bier uitsluitend met gerst, hop en water toebereid mocht worden. Albrecht kwam hiermee tegemoet aan een verzoek uit München dat probeerde om kwaliteitscriteria voor bier in te voeren, gezien de soms twijfelachtige recepten die sommige brouwers destijds gebruikten.

De stadsbesturen in het noorden van Duitsland hielden de kwaliteit van het bier al langer streng in de gaten. Mede daardoor hadden de noordduitse bieren een uitstekende naam gekregen en werden ook buiten die regio goed verkocht. Dit dwong Hertog Albrecht van Beieren hierin mee te gaan, zodat ook het zuidduitse bier een verkoopsucces kon worden. Albrechts zoon, Hertog Wilhelm IV. breidde het Reinheitsgebot uit naar heel Beieren. Tot op de dag van vandaag wordt het Duitse bier zo gebrouwen. Duitse brouwers probeerden lange tijd importbier van hun markt te weren, dat niet aan dit Reinheitsgebot voldeed. Maar door regelgeving van de Europese Unie mislukte dit.