Duitse Wijnen

De wijnstokken in Duitsland zijn door de Romeinen naar het Moezelgebied en Rijndal gebracht. Na de val van het Romeinse Rijk hielden voornamelijk Kloosters zich met de wijnbouw bezig. Wijngaardnamen als Klostergarten, Jesuitenhof, Kirchenstift enz., herinneren ons daar nog steeds aan. In de middeleeuwen groeide het areaal met druivenstokken tot meer dan 300.000 ha, dat is drie keer zoveel dan op dit moment. In verwijzingen van Shakespeare blijkt dat de Duitse wijn hoofdzakelijk rood was, van de pinot noir druif.

Dornfelder druif Gezien de overproductie is men gaan exporteren naar landen als Nederland, Engeland en Scandinavië. Later ook naar andere Europese landen. Voor het vervoer kon, vanwege de ligging van de wijngaarden aan de rivieren, hiervan eenvoudig gebruikgemaakt worden. De Elzas hoorde toen nog bij Duitsland, en vele Engelse en Hollandse handelaren vonden de wijnen van die kant van de Rijn, de beste.

De herstelschulden, die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog moest betalen veroorzaakten een nieuw dieptepunt in de agrarische industrie van Duitsland. Het waren de spotgoedkope mengwijnen met merknamen als Liebfraumilch, die net de kop boven water konden houden. Vanaf midden jaren ’70 zijn steeds meer inarticleiduele wijnmakers (Duits: Winzer) zich gaan bezighouden met het uitwissen van het goedkope imago die de Duitse wijnen in het buitenland had gekregen. Door vereniging in gilden kunnen zij zich beter verweren tegen de massa wijnen.

Duitsland is een van de meest noordelijk gelegen wijnbouwlanden. De wijngaarden bevinden zich in het zuidelijke deel van het land, vaak aangelegd op steile berghellingen. In de Moezelstreek soms met een hellingsgraad van 70%.De Duitse wijnbouwers proberen een harmonie te vinden tussen zuur en zoet in hun wijnen. Door de tamelijk noordelijke ligging, rijpen de druiven traag en wordt er laat geoogst.

Wetgeving

In juni 1971 is de wijnwetgeving in Duitsland ingevoerd. Hiermee is tevens een classificatie-systeem opgezet. De 13 Wijnbouwgebieden zijn hierin vastgelegd. Dit zijn de zogenaamde Qualiteitswein bestimmte Anbaugebiete. Elk gebied is verdeeld in districten die hier ”Bereiche” heten. Een Bereich vertegenwoordigd groepen wijngaarden die men Grosslagen noemt. De meest nauwkeurige herkomst benaming is dan de Einzellage. Een Einzellage is een wijngaard.


Wijnsoorten en smaken

Rotwein: Rode wijn uit blauwe wijndruiven. De gekneusde druiven vergisten samen met schillen, pitten en steeltjes tot het eindproduct.
Rotling: Wordt uit witte en blauwe druiven gemaakt. Beide kleuren druiven vergisten ook hier samen, net als de rode wijn, tot het eindproduct. Wordt daarom lichter van kleur.
Schillerwein: Is een roséwijn van witte en blauwe druiven.
Weissherbst: Rosewijn van blauwe druiven. Omdat de schillen van de blauwe druiven maar kort met de most in aanraking zijn geweest, wordt er maar weinig kleurstof aan de toekomstige wijn afgeven.
Weiswein: Witte wijn van blauwe maar meestal van witte druiven. Alleen het sap van de druiven vergist tot wijn.
Federweier: Dit is vers geperst druivensap dat begint te gisten. Het gaat hier om prille most. Vaak tijdens het oogstseizoen door plukkers gedronken.
Sekt en Sekt bA: Mouserende wijn volgens de transvasiermethode of méthode traditionnelle.



Classificatie van de wijnen

Klasse 1 (tafelwijnen)

Deutscher Tafelwein Mag alleen gemaakt worden van druiven uit de Duitse wijngebieden: Mosel-Rhein, Neckar, Oberrhein en/of Main. Het zijn zeer eenvoudige wijnen. Tafelwijnen zijn drogere wijnen met een minimum alcoholgehalte van 8,5%. Deutscher Landwein Is een wat betere Tafelwein. Echter, het herkomstgebied moet op het etiket aangeven zijn. Deze wijnen zijn droog of halfdroog en hebben een half procent meer alcohol.

Klasse 2 (kwaliteitswijnen)

Qualiteitswein bestimmter Anbaugebiete (QbA) De druiven voor deze wijn moeten uit een van de 13 aangeduide wijnbouwgebieden komen. Afhankelijk uit welk van die gebieden de wijn komt wordt de druivensoort en het minimale mostgewicht van 51° tot 72° Oechsle voorgeschreven. Hoewel wettelijk begrenst is chaptaliseren toegestaan. Qualiteitswein mit Predikat (QbA mit predikat) De herkomstgebieden van deze predikat-wijnen worden nauwkeuriger omschreven dan bovengenoemde QbA wijnen. Aan wijnen uit deze categorie worden hoge eisen gesteld. Type, rijpheid, harmonie en elegantie van de wijnen spelen een belangrijke rol. Kabinett: De druiven voor deze klasse worden als eerste van de prädikat-wijnen geoogst. Spaetlese�: Betekent "laat-geplukt". De druiven voor deze wijn hebben langer dan de Kabinett-druiven kunnen rijpen. Auslese: Betekent "uit-gezocht". Uit de druiventrossen wordt handmatig de onrijpe druiven verwijderd. De gemiddelde rijpheid van de trossen ligt hierom hoger dan bij Spaetlese. Beerenauslese: Betekent "bessen-uitgezocht". De meest (over)rijpe druiven worden stuk voor stuk uit de druiventrossen geselecteerd. De schillen van deze druiven kunnen zelfs al een beetje een Edele rotting ondergaan. Trockenbeerenauslese: Dit wijntype wordt onregelmatig eens in de vier a� tien jaar geoogst. Het tijdstip van oogsten is vaak nog later dan bij Beerenauslese. Vrijwel alle druiven zijn dan door toedoen van de Edele rotting, de z.g. edelfäule, aangetast. De druiven zien eruit als verschimmelde rozijnen maar zijn gevuld met zeer geconcentreerd sap. "Trocken" slaat dus op de ingedroogde druiven. Vanwege de zeldzaamheid, hoeveelheid arbeid, en de hoge risico's is het een zeer kostbare wijn. Eiswein: De druiven voor deze wijn worden op ongeveer de zelfde wijze geoogst en geperst als de druiven voor de Beerenaulese. Echter, bij een temperatuur onder de -7°Celsius. Omdat het water in de druif bevroren is wordt alleen het sapconcentraat, druivensuiker en smaakstoffen voor de wijn gebruikt. Duitse kwaliteitswijn Duitse kwaliteitswijngoederen zijn hun imago -alleen maar goedkope zoete wijnen te exporteren- sinds de jaren ’70 vorige eeuw beginnen uit te wissen. Steeds meer inarticleiduele wijnmakers zijn hun wijnen op een hoger plan gaan brengen. Mede door zich te verenigen in gilden van kwaliteitswijnmakers kan men zich beter presenteren.

De druiven

De volgende druivenrassen worden aangeplant. Witte druiven, Riesling Edele aromatische druif. Ook wel de Koningin onder de druiven genoemd. Müller-Thurgau ook wel Rivaner genoemd - Geeft fruitige en frisse wijnen die jong gedronken moeten worden. Sylvaner Eenvoudige drink- en terraswijn. Grauburgunder, Grauer Burgunder of pinot gris - Vroeger vaak Ruländer genoemd. Weissburgunder of Weisser Burgunder is dezelfde druif als pinot blanc . Kerner - Een stevige, weerbestendige druif met muskaataroma. Bacchus Scheurebe - Heeft de smaak van zwarte bessen en aciditeit. Chardonnay . Gewürztraminer Morio-Muscat . Blauwe druiven, Spätburgunder is dezelfde druif als Pinot noir . Dornfelder - Geeft donkere, vrucht-betoonde wijnen. Blaue Portugieser Trollinger - Zeer laat rijp. Hartige wijnen. Duitsland wordt ingedeeld in 13 wijnbouwgebieden. Dit zijn de zogenaamde “Qualitätswein bestimmte Anbaugebiete” (Q.b.A).

Duitse wijngebieden

Hierna de wijngebieden gelegen in de Eifel. Voor de beschrijcing van de overige Duitse wijnbouw gebieden wordt verwezen naar de Wiki [link later toevoegen] Ahr De Ahr is de naam van een zijrivier van de Rijn, nabij Remagen. De wijnbouw bestaat in hoofdzaak uit rode wijnen, 70%, uit de Spätburgunder, Frühburgunder en Portugieser. Het bevat 1 Bereich en 43 Einzellagen. De Ahr is het op één na kleinste wijngebied in Duitsland: 520 hectare. De bodem bevat löss en vulkanisch gesteente. De streek is bekend om zijn kuuroorden
Mittelrhein De Mittelrhein is een wijngebied van ca 700 hectare langs de Rijn tussen Bingen en Bonn (de Loreley), toeristisch en mooi vanwege zijn kastelen en ruïnes (de Romantische Straße), weinstubes, weinfesten en promenades. Gekende wijndorpen zijn: Bacharach, Steeg, Rüdesheim, Sankt Goar. Witte wijnen uit de Riesling. Bevat 2 Bereiche, 11 Grosslagen en 111 Einzellagen.
Mosel De Mosel is een grotere wijnzone van 9500 hectare. Vóór 2007 werd het "Mosel, Saar und Ruwer" genoemd. De Moezel loopt van Perl, nabij Schengen, tot Koblenz waar zij in de Rijn uitmondt. De Saar en Ruwer zijn zijrivieren die uitmonden in de Moezel even ten zuiden respectievelijk ten noorden van Trier. Het Moezelgebied is onderverdeeld in, Moseltor: Waar de Moezel het land binnenkomt. Langs de eerste 10 kilometer vanaf de Frans-Luxemburgse grens tot de grens van de deelstaten Saarland en Rheinland-Pfalz. Obermosel: Ten zuiden van de stad Trier langs de Duits-Luxemburgse grens. Tot de grens met deelstaat Saarland. Ook hier doorgaans eenvoudige wijnen en sekt. Saar: Ten zuidzuidwesten van Trier. Eenvoudige maar ook goede kwaliteitswijnen. Ruwer: Een klein wijngebiedje ten zuidoosten van Trier. Inarticleiduele wijnmakers kunnen hier bijzondere kwaliteitswijnen maken. Mittelmosel: District Bernkastel. Hier komen de meeste kwaliteitswijnen van het hele Moezelgebied vandaan. Untermosel of Terassenmosel: Het district rondom Cochem. Hier worden merendeel eenvoudige wijnen gemaakt.

De Moezelstreek staat bekend als de Rieslingspecialist van Duitsland (6000 hectare aangeplant). De eerste wijngaarden werden er aangeplant door de Romeinen 2000 jaar geleden. In het dorpje Neumagen-Dron is een wijnschip uit die tijd gevonden. Veel wijngaarden hebben een helling van meer dan 30°; de steilste wijngaard zelfs 68°. De bodem bestaat voornamelijk uit leisteen. Dicht langs de rivieren ook klei. Wijnen uit deze streek kenmerken zich door hun fijne bloemige karakter en delicate zuren.De regio bevat 6 Bereiche, 18 Grosslagen en 524 Einzellagen.